De brevettering



Wij blijven nog even in Moose Jaw/Bushell Park, Saskatchewan. U weet nog wel, we waren daar naartoe verhuisd vanuit Winnipeg.
Nadat de aspirant-vliegers achttien maanden gezwoegd hadden, brak de feestelijke dag aan dat ze hun vliegbrevet uitgereikt kregen en de zo fel begeerde wing op hun borst gespeld.
Nou kon je duidelijk onderscheid maken tussen de ”beroepsvliegers” en de vliegers met een tijdelijk contract”. Bij de eerste categorie ging zelden iets fout; bij de tweede categorie ging zelden iets goed.
Zo ook deze keer. Het vuiltje stond aangetreden in de hangar om te worden geïnspecteerd door de “chef de canaille” ookwel de oudst aanwezend officier, genoemd: Hans Terpstra.
Zo geschiedde. Met kritische blik liep hij langs de rijen en een voorgevoel zei hem dat er iets niet klopte. Maar wat? Hij liep langzaam verder tot hij bij Vincent Gerritsen kwam. Nou was Vincent een vrolijke knaap die maar een ding wilde en dat was vliegen. De rest kon hem gestolen worden.
Verschiet die inspecteur toch spontaan van kleur. “Zeg, Gerritsen, heb jij geen sokken aan?”
“Jawel, kijk maar”, was het antwoord. Hans keek en kon zijn ogen niet geloven. Had die onverlaat vleeskleurige sokken aan. Dat was geen uniform, want uniform was: zwarte sokken. De rest van het proza zal ik u onthouden aangezien dat minder geschikt is voor publicatie.
Het jong werd naar zijn kamer gestuurd, in looppas aangezien de brevettering stond te gebeuren en bij de Canadezen moest je niet te laat komen.
Hij maakte het maar net en hij stond hijgend aan de Canadese generaal uit te leggen wat er gebeurd was. Of het de juiste lezing is geweest, beste lezer, laat ik aan uw voorstellingsvermogen over. Wat denkt u?
Nou was het op die brevettering gruwelijk koud. Zo koud zelfs dat de vogels gingen lopen. Nou moet u weten dat vogels gaan lopen als het kouder is dan 35 graden onder nul. Als u het niet gelooft, lieg ik wat anders.
Na het officiële gedeelte werd er een feest opengebroken waar het erom ging welk feest het meest uit hand liep. Als de notabelen vertrokken waren, begon het feest pas echt. En de Canadezen lieten zich daarbij ook niet onbetuigd. Om 03.00 uur was het echter definitief einde. Geen flauwekul en o jee dat wist ik niet bestond niet: ERUIT.
Jan, Dick en vaders waren die avond met de “blauw sjuut” afgenokt en bevonden ons al dra in het warme nestje. Een uur later kreeg Jan een nachtmerrie van een ondergeplast bed. Dat kon niet, dus werd hij wakker. Hij stommelt naar de wc, onderweg een beetje lawaai makend, zodat de hele barak weer wakker was. Gelukkig was er genoeg gefeest en hoefde het bachanaal niet in de barak te worden voortgezet. Toen hij van de wc kwam was het de bedoeling dat hij rechtsaf sloeg. Jan ging echter linksaf en het viel hem in zijn onderbewustzijn nog op dat de deur toch wel wat zwaar ging naar de slaapkamer. Enfin, hij gaat door de deur, laat de deur los en die valt in het slot.
Ja, daar sta je dan als Brunsummer in je onderbroek en het vriest dus (weet u wel min35?). Dat had je van zijn levensdagen niet kunnen dromen. Jan staat te roepen als de spreekwoordelijke in de woestijn. De goegemeente lag in een diepe roes en peinsde er niet over om de deur open te maken. Gelukkig was Jan enigszins bijgekomen en had hij de tegenwoordigheid van geest om het gebouw te ronden en op het slaapkamerraam te tikken.
Dick werd wakker en wist niet hoe hij het had. Vier uur, getik tegen het raam? Nou toch maar even kijken. Ziet hij daar Jan staan achter het raam, al rood aanlopend van de kou. Roept ie: “Hij Wim, moet je kijken, het roodborstje tikt tegen het raam”. Jan slaakt een niet te reproduceren vloek en Dick had het begrepen.
Jan heeft nog uren in zijn bedje liggen te klappertanden. En zo was weer eens een brevettering grandioos geslaagd.
Jan is helaas overleden, maar het verhaal blijft in de mondelinge overlevering bewaard.
Als Jan wat op had (alcoholische versnaperingen), oorlammetjes noemd hij die, kon hij smakelijk vertellen hoe hij leerling-vliegers bij de neus nam. Je moest hem dan wel de ruimte geven: zijn armen werden vleugels en zijn mond de motor van het vlieguig. Dat ging omhoog (op de tafel klimmen), dat ging omlaag (onder de tafel schuivend) en als hij dan op de grond viel, was de zaak neergestort, gecrashed zoals dat in Luchtmachttermen heet.
Ik zal je nooit vergeten Jan, je was een prima collega en het was een kostelijke tijd.

Wim







email me
mailbus van Sjilvends
home
Begin van Sjilvends