Ene Meut in Canada.



Al vroeg werd ik als Sjilvendse jong gegrepen door de fascinerende wereld van vliegtuigen die zich dagelijks boven Schinveld bevonden en het leven van menige Schinveldenaar tot een ware hel maakte (en nog steeds maakt). Maar dat kon deze jongen niet deren: hoe meer lawaai hoe liever. Vanuit het huis waar we toen woonden (Emmastraat 10) kon ik het gebeuren goed volgen. En als het dan erg spannend werd dan naar de Hering, in de boom gapen naar het vliegveld. Ik had alle staartnummers van de vliegtuigen die toen op RAF Geilenkirchen gestationeerd waren. Ik wist nog net niet de kleur van de onderbroek van de vrouw van de commandant, maar dat had niet veel gescheeld.

Uiteindelijk ben ik in 1971 zelf bij de Koninklijke Luchtmacht een dienstverband aangegaan voor onbepaalde duur. Onbepaald was het nou niet, het heeft wel 37 jaar geduurd voor ik weer “op straat” stond. Op 1 november 2006 viel voor mij het doek, zeer tot mijn spijt want ik heb bij de de Luchtmacht een fijne tijd gehad.

In juni 1978 bijvoorbeeld werd ik door een van de chiefs (all chiefs no indians) benaderd of ik wel naar Canada wilde. Bij de vliegopleidingen of zoiets.
Ik had er geen idee van en moet toen gezegd hebben: “Doe maar”, of zo.
Was het dus “gans en gaar” vergeten want echt serieus ermee bezig, nou nee. Ik had Bea, mijn echtgenote, ook helemaal niks verteld over wat er speelde.
Komt diezelfde “chief”, ik weet zijn naam nog: Martin Hindriks, begin september 1978 naar me toe en zei: “Je moet je op 25 september a.s. melden bij het Nederlands Opleidings Detachement in Canada.”
De net genomen slok koffie spoot spontaan in het rond van de schrik. Ik had thuis natuurlijk het een en ander uit te leggen. Maar beste lezer, alles is goed gekomen wat dat betreft. Wat niet zo goed ging was de verkoop van het huis. Net voor de huizenmarkt in elkaar stortte zette ik mijn huis te koop. Uiteindelijk is “de hut” in 1983 verkocht, een jaar voordat we terugkeerden naar Nederland.

Het werd hectisch want er moest natuurlijk van alles geregeld worden. We moesten diverse keren opdraven bij het Bureau Buitenland van de Luchtmacht om financiele en andere zaken op de rij te krijgen. Ik zal die neus die daar de scepter zwaaide nooit vergeten: ene Wertwijn. Zijn motto was: ”Bier, werd(t) wijn”. Jasses, en hij rookte ook nog sigaren.

Met rasse schreden kwam dan de datum 25 september in zicht en ik toog welgemoed naar Canada.
De eerste aanblik van de stad (Winnipeg) van boven viel absoluut niet in de categorie verheffend. Tja, later zou ik beseffen dat die grauwheid en dat stof werden veroorzaakt door de maandenlange droogte.
Op het vliegveld werd ik begroet door mijn nieuwe commandant en zijn echtgenote. Ik schrijf opzettelijk - ik- want mijn echtgenote Bea zou in oktober volgen. Zo had ik mooi de tijd om alles op een rij te zetten voordat Bea zou komen. De ontvangst was op zijn Luchtmachts hartelijk (gemeend, maar niet oprecht).
Moet aan mijn voorganger hebben gelegen want die heeft daar nogal een scheve schaats gereden om maar met een clichematig begrip de toestand te beschrijven. Jasses. “Hij wist wel waar Abraham de mosterd vandaan haalde”.

Oktober kwam en Bea arriveerde in Winnipeg. Het was al tamelijk laat, zo rond elf uur toen ze arriveerde en ze liep me straal voorbij. Ik roepen: “Be”. Ze had me (bijna) niet herkend. Dit vraagt om een nadere uitleg, beste lezer:
Al die tijd dat Bea er niet was had ik een kamer op het vliegveld, in de zgn. barracks. Nou, barakken waren het geenszins want alles was pico-bello. Echter dat ontbijt was ik niet gewoon. Man, gebakken eieren, spek, worstjes, “you-name-it” en het lag er. Toch maar van alles proeven. Nou, Be schrok zich wild. Wat ik dik geworden was!!!

Al gauw waren we gesettled en kregen ook leuke vrienden, Beverly en Allen. Op het werk kreeg ik al gauw de naam DP (diepie), Nou, als ze je in Canada DP noemden, was dat niet best want het betekende displaced person, een soort allochtoon maar dan nog veel erger. Ik kan echter gerust zijn was me verzekerd door Stan the man, want in dit geval betekende het dutch person. Maar ja, DP was en bleef het. Kon me eigenlijk ook niks interesseren. Ik noemde hen Canucks. Ik heb de Canadezen voor altijd in mijn hart gesloten want ze zijn vriendelijk, behulpzaam en goudeerlijk.
Bea werd al spoedig benaderd door de “welcome wagon hostess”. Ik deed het zowat in mijn broek van het lachen toen ik het hoorde, maar het bleken Nederlanders te zijn die in 1951 naar Canada waren geemigreerd.
Om kort te gaan het zijn vrienden voor het leven geworden die Carol en Gerrit. Carol is op het moment van schrijven (2007) 88 jaar en alive and kicking en Gerrit heeft helaas een beroerte gekregen bij een bezoek aan Nederland en leeft nou min of meer als een vetplantje.
Ze vraagt maar, wanneer komen jullie weer. Het staat in de sterren, als het aan mij lag, gisteren.

De winter kwam al gauw en ja hoor, sneeuw in oktober. Kou in januari (wat heet: min 43 in januari). Dat jaar (1978-1979) viel er enorm veel sneeuw en die waaide ook nog een keer op.
Op een morgen wil Be de deur naar buiten openmaken maar dat ging klaarblijkelijk niet. Zij nog een keer geprobeerd, nee, geen beweging in te krijgen. En wat ze dan altijd doet, in zulk geval roept ze keihard: “Mup kom eens kijken, de deur zit vast”.
Ja, de deur zat inderdaad vast, tegen een sneeuwmuur.
Nou, moest ik dus door het badkamerraam op de eerste verdieping naar buiten om de sneeuw weg te scheppen van de deur. Achteraf lach je er om, maar als je ervoor staat wordt wel menig “schietgebedje” met boven gewisseld.
Een leuk gezegde over de winter schiet me nu te binnen: “Nine months of winter and three months of darned hard sledding”.
Zo erg was het niet helemaal, maar toch. Achteraf was het mieters leuk.

Inmiddels had ook de diplomatieke vertegenwoordiging acte de presence gegeven en Koninginnedag werd een vast gegeven bij het Nederlandse Detachement. De consul, ene Ben van Ruiten, hield elk jaar een ontvangst om de koningin “te versieren”, zoals we dat noemden. Vergeet niet dat 30 april soms koud kon zijn. In elk geval stonden we op 30 april 1979 met de sneeuw tot de kuiten in de tuin van de consul langzaam dronken te worden. Het was inmiddels 25 graden geworden en we kregen natte voeten van de smeltende sneeuw. ‘s Avonds moesten we nog allemaal stil zijn om naar radio Nederland te luisteren. Moet je net een stel Nederlandse Luchtmachtmannen bij elkaar zetten. Enfin, de consul was maar even boos.

De tijd vloog letterlijk voorbij. We jakkerden van oost naar west en terug om maar zoveel mogelijk te zien van Canada. Ikzelf had het geluk een paar keer met de Canadese luchtmacht naar de noordpool te kunnen vliegen.
Waarachtig: Ene meut op de noordpool. Ook daar kan ik boekdelen over schrijven, maar het verhaal wordt sowieso al lijvig, dus maar even dimmen.
Maar koud was het en de Inuit (Eskimo’s) waren vriendelijk en lelijk.

Komt 1980. Begin 1980. We lezen dan in de krant dat er ouders worden gezocht voor Indiaanse kinderen. Nou was het zo dat Bea door een aangeboren afwijking aan de nieren de goede raad had gekregen beter geen kinderen te krijgen.
Wij gerageerd op die advertentie en na veel vijven en zessen, waarbij we letterlijk en figuurlijk de broek hadden moeten laten zakken, kregen we in november een jongen van vijf maanden. Be was meteen stapelverliefd op het kind en vaders vond het ook leuk.
De adoptie werd geregeld in Canada en Nederland en we noemden onze eerste Willem-Jeroen. Geboortedatum 27 juni 1980. WJ is een rasechte Indiaan en behoort tot de stam van de Ojibway in midden Manitoba.

Die truuk haalden we in 1982 nog een keer uit en nu kregen we een meisje. Geboren 1 juli 1982. Geboren op de nationale feestdag van Canada. Dubbel feest!! Eind juli was ze in huis en vaders blij!! Bea ook hoor.
Julie-Ann is ook een Indiaanse en haar roots liggen in west Manitoba bij de Ojibway-Cree van Swan Lake, Manitoba.
Ze wonen momenteel beiden in Nieuw Bergen.

In dat zelfde jaar verhuisden we naar Saskatchewan. Om precies te zijn Moose Jaw. Het detachement moest verplaatst worden omdat “Den Haag” dat wilde. Jasses. Midden in de prairie.
Later heb ik dat weten te waarderen en was het fantastisch. We woonden bij het vliegveld in een klein dorpje, genaamd Bushell Park dat speciaal was gebouwd voor de bevolking van het vliegveld, Canadian Forces Base (CFB) Moose Jaw.
Vaders was daar een geregelde gast van de Warrant Officers and Sergeant’s Mess. Want, beste lezer, vrijdags (TGIF_thanks God it’s Friday) werd daar - Crut - gespeeld.
Nou wil ik niet zeggen dat ik zit op te scheppen, maar dat was grondig vreselijk! Even opletten en goed meekijken:
We hebben twee teams van zes man (al dan niet aangeschoten c.q. stomdronken).
Een biljart, twee biljartstokken, twee ballen.
Team 1 stoot af en moet zorgen dat haar bal in beweging blijft.
Dat geeft natuurlijk een geren om de tafel van heb ik jou daar.
Team 2 moet verhinderen dat team 1 die bal in beweging houdt.
Daarvoor zijn alle middelen legitiem, behalve iemand doodschieten.
Dus werd er driftig bier op de grond gegooid zodat de vloer alvast lekker glad was. Pootje uitsteken zodat de tegenpartij tegen de grond smakt: toegestaan. Haken: toegestaan. Kwam de bal van team 1 stil te liggen dan moest team 1 trakteren (er eentje uitgeven) en was Team 2 aan de beurt. Jaja, dat was lachen. De ambulance werd uit voorzorg zo rond zeven uur voor de uitgang gezet, want er brak nog wel eens een lidmaat, of hersenschudding of een andere kwetsuur.
Ik had hiervoor een apart uniform dat na verloop van tijd stijf stond van de troep. Maar stomen: ho maar, doodzonde. Ik hoefde dat pak dan ook niet op te hangen, maar kon het gewoon neerzetten.

Voordat we er erg in hadden kwam 1984. Het jaar van vertrek. De moed zonk je een beetje in de schoenen want eigenlijk wilde je helemaal niet terug naar Nederland. We hadden zoveel gezien en zoveel leuke dingen meegemaakt dat het afscheid bijzonder zwaar viel. We zijn nog op vakantie gegaan in de Maritimes (oost Canada) en toen huiswaarts.

De nieuw plaatsing werd Stolzenau, Duitsland. Maar dat is een ander verhaal.
In 1998 en 2000 zijn we weer naar Canada gegaan en toen ik in Winnipeg uit het vliegtuig stapte was ik weer thuis. Canada en de Canadezen hebben een blijvende indruk op me gemaakt en een verdraaid goede indruk. Ik ga graag terug.

Wim en Bea Janssen
Willem Jeroen
Julie-Ann







email me
mailbus van Sjilvends
home
Begin van Sjilvends