Nonk Juup




nonk Juup nonk juup



Nonk Juup was de ongetrouwde broer van opa die altijd bij hem gewoond heeft.
Zonder hem te beschrijven kun je de historie over de familie van Frens Dohmen senior, op de Eindstraat, niet compleet maken.
Tijdens zijn leven vervulde hij een nestor functie, niet alleen in de familie maar ook in de Schinveldse gemeenschap.
Was zijn broer, onze opa, soms nogal kort aangebonden dan wist hij door zijn kalmerend en wijs optreden de huiszegen in de familie te bewaren.
Nonk Juup was decennia lang gemeenteraadslid en wethouder van Schinveld geweest, zat in het bestuur van bijna iedere vereniging, was medeoprichter en voorzitter (1912 -1937) van de plaatselijke Boerenleenbank. Het gouden zakhorloge dat hij tijdens zijn afscheid kreeg aangeboden is in mijn bezit, het enige erfstuk van mijn vader !
Er was bijna geen geestelijke of wereldlijke vereniging in het dorp waarvan hij niet voorzitter of minstens bestuurslid was.
Daarnaast beheerde hij het verzekeringsagentschap van de Nederlandse Lloyd. In die tijd was bijna ieder huis in Schinveld voor brandschade bij hem verzekerd.
Waarschijnlijk had hij als assuradeur veel geld in huis en om dit te beschermen had hij een wapenvergunning. Het was even slikken toen ik dit ontdekte maar het bewijs heb ik beneden afgedrukt.
Of hij enig voortgezet onderwijs genoten heeft, is niet bekend maar wel aannemelijk omdat hij bekend was met zaken die niet alleen door practische ervaring opgedaan konden zijn. Hij was voor vele mensen in het dorp een vraagbaak en de aanloop ten huize van opa was daardoor enorm.
Gedurende zijn drukste tijd had hij een eigen kantoor in een voorkamer aan de straat. Daar hing zelfs een telefoon ! Het halve dorp maakte daar in geval van nood gebruik van, want niemand had telefoon in die tijd.
Op latere leeftijd, toen hij zich uit een aantal functies had teruggetrokken zetelde hij in de woonkamer. Hij had een echte leren zetel, onder de klok naast de deur naar de kelder.
In het jaar 1946, toen wij na het overlijden van onze moeder, ook daar gewoond hebben had iedereen zijn eigen plek, herinner ik me.
Oma zat op een stoel naast het fornuis en kon van daaruit erf en huis controleren.
Opa was meestal buiten bezig, maar als hij binnen was zat hij naast haar aan de kop van de tafel. Boven zijn hoofd de luidspreker van de draadomroep. Klokslag 12 uur werd er gegeten en naar het nieuws geluisterd, dat vervolgens uitvoerig door nonk Juup en opa van commentaar voorzien werd.
Op de boerderij bevond zich een melkkamer. De meeste melk van de koeien ging naar de melkfabriek in Brussum, maar een gedeelte was bestemd voor eigen gebruik. In die melkkamer stond een centrifuge waar dmv de middelpuntvliedende kracht de room van de melk gescheiden werd.
Nonk Juup karnde van de room boter, die met zout en proeven op smaak gebracht werd.
Vrijdags was bakdag. 's Morgens al heel vroeg begon nonk Juup in de melkkamer met het mengen en kneden van het deeg in een grote houten broodkuip. Het zwart brood had de meeste tijd nodig want het werd met eigen gemaakt gist en desem gemaakt en had een dag nodig om te rijpen, voor het gebakken werd.
Daarna werden de grote, ronde witbroden gekneed en gevormd en op grote houten planken naast de zwarte broden gelegd. Alles werd afgedekt met doeken om het rijzen van het deeg te bevorderen.
Op zaterdagmorgen werd opnieuw gebakken, maar nu waren het de vlaaien. Altijd fruit- of puddingvlaaien, afhankelijk van het seizoen en het jaargetijde. Met kermis werd andere vlaai gebakken dan met Pasen bijvoorbeeld.
Daarna werd bij buurman Rooks in de tuin de sjansenoven aangemaakt. Het maken van sjansen was werk van opa. Gesnoeide takken van de fruitbomen uit de wei werden daartoe fijngehakt en gebundeld tot sjansen en vervolgens gedroogd. Door die sjansen in de bakoven te verbranden werd deze op temperatuur gebracht. Als na enige tijd de temperatuur in de oven hoog genoeg was werd de gloeiende as door nonk Juup naar de zijkanten van de oven geschoven en gingen de zwarte broden er het eerst in. Die hadden de meeste warmte nodig. De vlaaien waren het laatste aan de beurt en soms mochten wij een appel, verpakt in een restje deeg meebakken, een soort appelbeignet.
Ondanks alle ellende door het overlijden van onze moeder was dit toch een mooie tijd in mijn jeugd. Ik heb in alle geval toen kennis kunnen nemen van een aantal oude gebruiken die je nu slechts zelden op een markt voor "Oude Ambachten" tegenkomt. Achter in de tuin, waar kippen en een levensgevaarlijke, grote haan rondliepen stond een schuur. Er stond een wanmolen in. Dat was een apparaat waaraan je met een zwengel hard moest draaien en door een grote ingebouwe ventilator het kaf van het koren gescheiden werd.
In de wintermaanden hielden opa en nonk Juup zich bezig met het dorsen van het graan op de "Din" de dorsvloer. Met houten vlegels werd het graan uit de aren geslagen en vervolgens in de wanmolen gescheiden van het kaf.
In die schuur stond ook een zeemkaetel (stroopketel). Een grote roodkoperen ketel, met deksel waaronder een soort fornuis zat. De ketel werd in het najaar gevuld met fruit van de bomen, hoofdzakelijk appels en peren en net zo lang gestookt tot het fruitsap was ingedikt tot stroop. Dit werd hoofdzakelijk gebruikt als smaakmaker op het brood. We moesten altijd één boterham met spek eten, want daar werd je groot van en mochten daarna pas een boterham met de zoete stroop.
Het laatste apparaat dat ik me herinner dat er stond was een snijmolen voor bieten. Door weer aan een grote zwengel te draaien konden door middel van de ingebouwde messen voederbieten versnipperd worden tot voer voor de koeien en de varkens.
Ik hielp liever op de boerderij dan dat ik naar de bewaarschool ging. Toen ik in september 1946 naar de lagere school moest was het feest afgelopen.
Op 27 nov. 1950 werd nonk Juup op de sjprünk (dat is een verhoging op het erf) bij de waterpomp onwel. Waarschijnlijk een herseninfarct, maar zeker weten we het niet. Tante Ellie, de vrouw van nonk Frens die met hun gezin als beoogde opvolgers op de boerderij woonde, was in de achtste maand zwanger van haar tweede dochter Mia. De impact van al die consternatie was groter dan aanvankelijk gedacht.
Alhoewel Nonk Frens, haar man, de volgende morgen twijfelde om te gaan werken kon zij hem overtuigen dat er nog niks aan de hand was. Echter, de kleine Mia kondigde zich reeds spoedig daarna aan.
Mijn vader is toen nonk Frens in de kieskoel gaan waarschuwen naar huis te komen. Toen deze thuiskwam feliciteerde de vroedvrouw hem met de geboorte van zijn tweede dochter. (Opgeschreven uit de mond van Mia, inmiddels zelf de trotse moeder van twee kinderen en twee kleinkinderen).
Nonk Juup is nooit meer genezen en overleed op 07-02-1951, slechts een paar dagen voor opa, zijn broer waarmee hij altijd had samengeleefd.
Een markante Schinveldse persoonlijkheid was heengegaan en daarom deze late posthume hulde.



oer
De oeër van nonk Juup



zijn wapenvergunning




email me
mailbus van Sjilvends
home
Begin van Sjilvends