Dohmen met een knipoog






Inleiding:
In mijn jeugdjaren (1940-1955) waren er vele Dohmen’s in Schinveld. Sommigen waren familie zei de ene helft van mijn familie, maar de meesten niet zei de andere helft. Dat was toch een beetje raar, want het aantal Dohmen's was groot en het dorp maar klein. Soms werden oudere leden van onze familie wel eens ”als die van Laumen” bestempeld, hoewel ik geen enkele Laumen in Schinveld kende. Het was op zijn minst een beetje mysterieus en op veel vragen kreeg je geen antwoord omdat nieuwsgierigheid nog een ondeugd was.
Rond 1960 vertrok ik definitief uit Schinveld en vergat daarmee mijn aangeboren slechte eigenschap – Vragen stellen over de wel- familie en niet–familie.
Ruim veertig jaren later, ik hoefde niet meer mee te doen aan de dagelijkse strijd om de boterham met zeem, want het vroegere zo misachte beambtenspek was een delicatesse geworden na de stook in Nonke’s Buusjke (voor de duidelijkheid, de nonk was ook geen familie) en bleek die nieuwsgierigheid nog altijd aanwezig, was zelfs in de loop der tijd stevig gegroeid.
Had ik vroeger slechts een paar vragen – nu had ik er tallozen. Verschil was dat er vroeger wel vele familieleden waren die op mijn vragen een antwoord zouden hebben geweten en nu … niemand. De vorige generatie was overleden, de vragen leefden echter nog, de antwoorden lagen inmiddels op het kerkhof.
Einde verhaal ? Nee natuurlijk niet. In die 40 jaren hebben heel wat inwoners van Schinveld iets over de geschiedenis van het dorp en zijn inwoners opgeschreven en gepubliceerd en is er internet gekomen.
Conclusie na tien jaren speuren: ”Wie veel zoekt over Sjilvend kan ook buiten Schinveld veel vinden.”

Het eerste begin.
Zo raar als het klinkt maar de eerste Dohmen’s in Schinveld hadden een andere naam en heetten toen Damen. Dankzij de eigenwijze schrijfkunst van enige pastoors zijn daar in die goede oude tijd diverse variaties op geweest, het was zelfs ooit Doemens en Deumens, maar uiteindelijk is het toch goed gekomen en hebben we nu een naam om trots op te zijn, niet?
Maar voor het zover was, was er nog meer begin dat ook interessant is. Ik wil dan beginnen met een zekere mijnheer Arnoldus Goessen, die in 1685 burgemeester van Schinveld was.
In die tijd werd een burgemeester voor een periode van een jaar gekozen door de belastingplichtige inwoners van het dorp. Deze b(o)urgemeester stond bij de overheid (in die tijd het Keizerrijk Oostenrijk) met zijn privé bezittingen borg voor de afdracht van de belastingen, die in nature zowel als in geld afgedragen moesten worden.
Die borgemeester hoefde dat natuurlijk niet voor niks te doen en ontving als beloning op zijn beurt een deel van de afdracht van de burgers. Om borgemeester te kunnen zijn moest je dus zelf voldoende spek op de ribben hebben, maar anderzijds moest je ook concurrerend zijn met de andere gegadigden. In de praktijk kwam het er op neer dat er bijna ieder jaar een andere borgemeester was.
Van deze Arnoldus Goessen is de officiële geboortedatum niet bekend, maar gegeven het feit dat hij in 1685 borgemeester van Schinveld was moet hij toen al een gefortuneerd persoon zijn geweest. In mijn voorstelling was hij toen al een rijper man.
Zoekend in oude registers kwam ik in Kerkrade een Arnoldus Goessens tegen, die gedoopt was op 20-6-1656 en wiens moeder Anna Kremers heette. Het is niet te bewijzen dat dit een en dezelfde persoon is, maar het zou kunnen, want …
Op 10-5-1716 treedt in Schinveld oud-borgemeester Arnoldus Goessens in het huwelijk met de dan 19-jarige Margaretha Cremers uit Bingelrade. Je kunt je (als je net als ik de slechte eigenschap van nieuwsgierigheid hebt) afvragen of zij op de een of andere manier aan elkaar verwant of bekend waren.
Het wordt allemaal nog spannender als zijn jonge vrouw Margaretha een 6 maands kindje krijgt, Odilia Goesens die op 4-11-1716 in Schinveld geboren wordt. Natuurlijk kon dat toen ook gebeuren maar het kwam in de werkelijkheid van die tijd zelden voor. De overlevingskansen van zo’n prille boreling waren erg beperkt. Tegen de achtergrond van de normen en waarden van die tijd was het waarschijnlijk veel eleganter om zo’n moetje als zes maands kindje te proclameren.
Vervolgens wordt op 23-11-1718 zoon Henricus Goessens, ook in Schinveld, geboren.
Over beide kinderen zal ik dadelijk terugkomen.
Op 17-3-1719 overlijdt Arnoldus Goessens in Schinveld en laat een weduwe met twee kinderen achter. Laten we voor het gemak maar aannemen dat deze weduwe niet onbemiddeld was want in de verdere geschiedenis zien we dat haar kinderen aangeziene en vooral dochter Odilia een aantrekkelijke huwelijkspartij werd voor een verarmde baron.

Het vervolg van het begin.
Margaretha Cremers huwde, voor de tweede keer in Limbricht, op 2-2-1720 met Theodorus Damen, zoon van Wilhelmus Damen en Mechtildis Schmitz, beide ouders waren ook geboren in Limbricht.
In de trouwakte is de naam Dahmen vermeld.
Na het huwelijk met Theodorus verhuisde de familie Dahmen-Cremers naar Schinveld en legde daar de oorsprong voor bijna alle Dohmen's in deze gemeente. Margaretha kreeg met Theodorus 10 kinderen.
Een opmerking hierbij. In de kerkregisters van Schinveld komt dan al de naam Daemen voor. Deze naam is waarschijnlijk later niet veranderd in Dohmen.

Odilia Goessens.
De baronnenfamilie van Bronsfelt, afkomstig uit Duitsland vestigde zich omstreeks 1650 in Schinveld en is omstreeks 1700 in het bezit van aanzienlijke landerijen en de kasteelboerderijen Huize Bronsfelt op de Eindstraat en Huize Heyenhoven aan de Brunssummerstraat. Daarna begint ze, onder andere door het voeren van falend beleid en langdurige en kostbare rechtszaken, dramatisch te verarmen. In deze moeilijke financiële omstandigheden besluit de jonge Baron Frans Willem van Bronsfelt in 1737 op 21 jarige leeftijd te gaan trouwen met een vrouw, die niet van adel is maar die wel geld heeft. Je snapt het natuurlijk al, de uitverkorene is Odilia Goessens, de dochter van oud-burgemeester Goessens van Schinveld en de zuster van Hendrik Goessens, grondbezitter, landbouwer en Kapitein der Schutterij St. Eligius.
Doch ook haar geld kan op de duur de Schinveldse eigendommen van haar man niet in stand houden. Bovendien krijgen ze een gezin van twaalf kinderen, zodat van Bronsfelt grote moeite heeft om het hoofd boven water te houden. In 1765 verkoopt van Bronsfelt bijna al zijn bezittingen in Schinveld en vertrekt met zijn vrouw Odilia Goessens en zijn kinderen naar zijn adellijk Huis te Gilrath (D).

Henricus Goessens.
De jongere broer van Odilia was na 1750 kapitein van de Schutterij van Schinveld en een zeer gerespecteerd en invloedrijk persoon. In die tijd had de schutterij een aantal rechten en een van deze rechten was dat de eigenaar van de Heringshof jaarlijks een ton bier moest geven aan de schutterij. Hendrik Wetzels die in die tijd de eigenaar was, weigerde dat een aantal jaren en in 1759 trok Henricus met de schutterij op naar de Hering om een aantal schapen van Wetzels in beslag te nemen. Wetzels vond dat maar niks en geholpen door zijn zonen dreigde hij de schutten met de flint neer te schieten. Van het een kwam al vlug het ander en het einde van het verhaal was dat boer Wetzels en zijn zonen een flink pak rammel kregen en behalve de schapen ook nog hun flint kwijt raakten.
In een proces dat voor de Schepenbank in Brunssum wordt uitgevochten en dat tot 1763 duurt, blijkt dat Wetzels inderdaad al een achterstand van meerdere tonnen bier had en ook veroordeeld wordt tot de verstrekking hiervan, maar dat de inbeslagneming van de schapen door Henricus namens de schutterij ook onrechtmatig was. De schutterij (Henricus) verklaarde bereid te zijn een schadevergoeding te betalen.
Dat deze eigenmachtige strafexpeditie zijn reputatie niet schaadde blijkt uit het feit dat hij op 27 sept. 1759 door de Gebiedende Heer van de graafschappen Geleen en Amstenrade, Zijne Hoogheid Prins de Ligne, werd benoemd tot Schepen der Banck (rechtbank) Brunssum. Hij legde de eed af in de handen van Drossard Renier Corten in aanwezigheid van de schepenen Christiaan Schiffelers en Severein Frijns. Hij blijft in dit ambt tot 1774.
Henricus kwam ook zijn zwager, de baron Frans Willen van Bronsfelt die grote schulden had en schijnbaar niet meer kredietwaardig was, financieel te hulp. Henricus moest daartoe zelf geld lenen bij bankier Roosen in Maastricht en daarvoor borg staan met zijn eigendommen in Schinveld. De totale schuld was inmiddels f 14000 en omdat van Bronsfelt waarschijnlijk niet meer in staat was om aan de aflossing te voldoen verkocht hij in 1765 zijn eigendommen in Schinveld aan Goessens.
Deze kwam toen zelf ook in de problemen. Allereerst duurde het door allerhande procedures in verband met afhandeling van nalatenschappen van de van Bronfelt’s tot 1767 voor hij zijn eigendommen kon aanvaarden en kon vervolgens de f 14000 aangegane verplichtingen niet voldoen. Uiteindelijk verkocht hij in 1770 zijn van Van Bronsfelt afkomstige bezittingen aan Frans Nuchelmans.
De kinderen van Arnoldus Goessens en Margaretha Cremers waren dus goed terechtgekomen, zouden we tegenwoordig zeggen.

De kinderen van Theodorus Dahmen en Margaretha Cremers.
Na hun huwelijk vestigden Margaretha en Theodorus zich in Schinveld. Op 13-12-1720 werd hun eerste kind Mechtildis Daemen (zo opgeschreven door pastoor Michaelis Ingenes) gedoopt.
Deze Mechtildis trouwde in Schinveld op 18-9-1737 met Henricus Doemens uit Jabeek.
Uit dit huwelijk werden 9 kinderen geboren.
Henricus Doemens overleed op 15-12-1757 in Schinveld.
Op 3-6-1759 trouwde Mechtildis vervolgens met Gerardus Martinus Biesmans. Deze was de zoon van Tilmannus Biesmans en Maria Winckelaer. Hij was pachter van Huis Heijenhoven (tegenwoordig Sjilvender Huuske), dat in het bezit was van de man van zijn halfzus Odilia.
De andere vrouwelijke nakomelingen van Theodorus en Margaretha krijgen geen kinderen of overlijden op jonge leeftijd. Vier mannelijke nakomelingen zorgen uiteindelijk voor vier Schinveldse takken n.l.
1 Wilhelmus, gedoopt op 8-10-1722
2 Mathias, gedoopt op 9-6-1726
3 Andreas, gedoopt op 27-9-1731
4 Joannes, gedoopt op 25-8-1733
1-a Wilhelmus Daemen was landbouwer en trouwde op 21-2-1751 met Maria Catharina Heijlandts uit Brunssum. In 1755 verhuisde het gezin naar Merkelbeek. In 1767 hebben Wilhelmus en Maria Catharina acht kinderen en verhuizen daarna uit Merkelbeek met onbekende bestemming. Dat is ook het einde van deze tak.
2-a Mathias Daemen was landbouwer en trouwde op 3-2-1760 te Schinveld met Maria Agnes Eemen.
3-a Andreas Dohmen, landbouwer trouwde op 25-9-1755 te Schinveld met Maria Catharina Reijners.
4-a. Joannes Dohmen, ook landbouwer was in zoverre een buitenbeentje dat hij twee keer trouwde met dezelfde vrouw. Een keer n.l. Hervormd te Heerlen op 14-1-1759 en R.K. te Schinveld op 28-1-1759. Deze gang van zaken was in die tijd min of meer verplicht om in onze rooms katholieke streek te kunnen leven. De bewuste vrouw was Agnes Voncken, geboren te Voerendaal op 12-12-1740.
Een van zijn kleinkinderen Joannes Josephus Dohmen trouwt op 19-10-1816 te Merkelbeek met Maria Elisabeth Paulzen. Ze krijgen 9 kinderen (allemaal in Schinveld geboren) waarvan er twee een min of meer markant leven geleid hebben, voldoende interessant om hierna verder uit te spitten.

4-a-1. Martinus Dohmen.
Geboren op 25-2-1832 te Schinveld. Waarschijnlijk had hij op Rolduc een gymnasiale opleiding gevolgd en werd in 1858, door de Maastrichtse handelsondernemer Regout, als ”raadsadviseur over de handelszaken” aangesteld en kreeg een contract voor drie jaren. Hij moest de door Regout per schip aangeleverde handelswaren in Japan op de markt brengen. Als zaakgelastigde had bij bovendien de opdracht om zo goedkoop mogelijk retourwaren zoals goud en koper in te kopen. De Japanse markt was immers door Amerikaanse dwang pas in 1854 geopend voor de internationale handel en de zakenman Regout was in de vaste overtuiging dat hij de onervaren Japanners allerhande producten kon aansmeren. Om zijn werk goed te kunnen doen, moest Martin de interesse van de handelshuizen van Oost-Indië en Japan op de vele producten van Regout weten te vestigen en bovendien in deze regio een netwerk van relaties opbouwen. Daartoe had Regout, Martin Dohmen behoorlijk op zijn taak voorbereid door hem in al zijn fabrieken en over al zijn producten de nodige kennis te laten vergaren. Van professor Hoffman van de Universiteit van Leiden kreeg Martin les in de Japanse en Chinese taal.
Regout trachtte de keizer van Japan, waarmee Nederland in 1859 een handelsverdrag sloot, als pionier in het openen van het gesloten rijk, alles te slijten wat deze nodig had voor zijn paleizen: van serviezen en meubilair tot oogwater, scharen, brillen, knopen en haarspelden. Regout dong ook naar een contract voor een gasfabriek in Tokio.
Zijn zaakgelastigde in Japan onze Martin Dohmen dus, vond dat de baas hem vaak ondanks zijn adviezen onverkoopbare goederen stuurde en kreeg daardoor hevige ruzie met Regout, die vond dat Dohmen wanprestatie leverde en hem schade berokkende. Omdat Martin Dohmen in zijn vrije tijd een paar brieven voor de Franse ambasade vertaald had, vond Regout een aanleiding om hem te ontslaan en een proces tot schadevergoeding aan te spannen. Regout zat zelfs zo vol wrok dat hij de omgeving van de Sint Servaaskerk wekenlang liet volplakken met pamfletten tegen Martin Dohmen.
Op zijn beurt liet Dohmen zich ook niet onbetuigd en spande meerdere processen tegen Regout aan. In een pamflet bovendien uitte Martin zijn hoon met o.a.: ”… de tafelgereedschappen zijn veel te duur. De brillen zijn zo slecht en verroest dat de gemeenste brillenjood in Amsterdam zich schamen zou om daarmede rond te venten. Hoe kan het in een verstandig brein opkomen om een boek over de wateraftapping der Maas en andere dolligheden te zenden naar Japan!”
Nadat Regout Martin Dohmen had ontslagen en zonder salaris in Japan liet zitten, zocht deze zijn heil bij de Engelsen die immers ook in Japan waren om handel te drijven en die geen boodschap hadden aan een konkelende Regout. Ze namen Martin in 1861 aan als tolk. Zijn carrière ging snel en spoedig was hij weer zaakgelastigde, nu voor Engeland in Japan en gevestigd in Yedo.
Martin is op 3-4-1866 in Maastricht in het huwelijk getreden met Gertrude Valérie Bonhomme, geboren te Maastricht op 25-5-1837, dochter van J.T.N. Bonhomme en M.F.H. Klerx.
In het contract van huwelijksvoorwaarden, opgemaakt op 21 maart van dat jaar door notaris Dumoulin ten huize van de bruid in de Witmakerstraat te Maastricht, is vermeld dat Martin een som van 30 duizend guldens in het huwelijk inbrengt. Hij moet dan dus al zijn fortuin gemaakt hebben.



Op 12 augustus 1878 laat hij bij dezelfde notaris zijn testament opmaken. In dit document is vermeld dat hij genaturaliseerd is tot Engels onderdaan, de functie heeft van vice-consul van Engeland in Japan en woonachtig is in Yedo.



Hij bepaalde o.a. dat zijn levensverzekering, zijnde 1000 pond Sterling, bij voortijdig overlijden van hem ten gunste van zijn echtgenote zal komen.
Verder heb ik een document gevonden betreffende een maritieme rechtszaak in Japan m.b.t. de ondergang van een Brits vrachtschip met de naam “Ella Beatrice” In dit document opgemaakt op het Britse Consulaat in Kanagawa (Japan) op 16 maart 1881 staat Martin Dohmen vermeld als “Her Majesty’s Acting Consul” at Kanagawa en is President of the Naval Court, die de ondergang van genoemd schip op 7 feb. 1881 te Juisan Mura, Japan, onderzoekt. Het document is ook door hem in deze hoedanigheid ondertekend.



Begin januari 1882 is Martin ziek, want in de correspondentie van Sir Ernest Satow aan zijn vriend Aston schrijft eerstgenoemde dat hij niet verwacht dat Martin Dohmen een hoge funktie elders in Japan zal aanvaarden omdat hij zich niet in staat voelt de reis daarheen te maken en verwacht ook dat ze hem nooit meer terug zullen zien.
Een maand later op 19-2-1882, op weg naar huis, overleed Martin (49 jaar oud) aan boord van een schip in de Golf van Aden. Hij werd begraven in de havenplaats Aden.
Zijn echtgenote Getrude Valérie had of een vooruitziende blik of was ook ziekelijk, want ze liet notaris Dumoulin op 15-5-1882 bij haar thuis, in de Groote Looyerstraat, haar testament opmaken.
In dit document benoemde ze haar zwager, Jean Dohmen, de jongste broer van Martin en koopman te Luik, tot voogd van haar minderjarige kinderen in geval van haar overlijden.
Echter in de geschiedenis is tot nu toe slechts een kind te vinden, n.l. Valerie Hortense Jenny, geboren 4-4-1871 te Maastricht. Gertrude Valérie Bonhomme overleed op 13-12-1883 te Maastricht op 46 jarige leeftijd.



4-a-2. Christianus Josephus Dohmen.

Christianus Josephus Dohmen

Maria Agnes Dohmen

Geboren in Schinveld op 8-5-1834. Hij werd op 24-3-1853 goedgekeurd voor militaire dienst. Het is niet bekend of hij een avontuurlijke aanleg had of geïnspireerd werd door verhalen over verre landen door zijn oudere broer Martin, maar feit is dat hij als de enige Schinveldenaar als zouaaf dienst nam in het leger van paus Pius IX die mot had met de Italiaanse koning Victor Emanuel II. Deze paus had aan de hele katholieke wereld een oproep gedaan om ongetrouwde jonge mannen te sturen om zijn kerkelijke staat te verdedigen.
In 1867 in de slag bij Mentana werd, met stevige hulp van het Franse leger, de armee van Garibaldi (lees koning) verslagen. Christiaan heeft hieraan meegedaan en een medaille van verdienste gekregen.
Toen Frankrijk in 1870 in oorlog kwam met Duitsland en zijn troepen uit Italië terugtrok was alles voor niets geweest. Victor E. de zoveelste viel op 20 sep. 1870 Rome aan en een verstandige paus stuurde zijn soldaten een dag later naar huis.
Christiaan woonde aanvankelijk bij zijn broer Joannes Antonius op de zogenaamde ”Onderste Molen” en was keizer van de Schinveldse schutterij. In zijn vrije tijd wandelde hij graag naar de Breukberg, een nu nog bekend en bij verliefde paartjes favoriet natuurgebied in het Schinveldse. Tijdens zijn tochten verzamelde hij stenen waarmee hij op het hoogste punt een kruis in de grond vormde. Volgens oude verhalen wordt de Breukberg daarom ook wel de Keizersberg genoemd. Of het waar is ?
Zeker is wel dat hij voor of omstreeks 1900 naar zijn oudere zus Maria Clara, die in Sittard woonde verhuisde. Diens echtgenoot, de kaarsenfabrikant en handelaar Hendrik Joseph Crijns was namelijk in 1873 overleden en het is aannemelijk dat Christiaan zijn zus behulpzaam was bij het leiden van het handelshuis.
Christiaan overleed op 1-11-1912 in Sittard. Hij werd begraven op het oude kerkhof buiten de stadswallen, dat is ongeveer de plek ('t Knoakenveld) waar naderhand het Serviam College werd gebouwd. Zijn dood betekende ook het einde van deze tak Dohmen.
Effe er tussen door. De ”Onderste Molen” is in 1771 gebouwd door Antonius Bex, die aannemer was.
Joannes Antonius (de oudere broer van Martin en Christiaan) had de molen van zijn vader geërfd en deze had ze destijds van Bex gekocht, die een broer van zijn opa van moederszijde was.
Joannes Antonius was op 7-5-1851 met Anna Elisabeth Verhooren getrouwd en ze kregen ook een aantal kinderen waarvan er echter slechts twee volwassen werden, n.l. Johannes Franciscus Antonius die onderwijzer werd in Roermond en waarschijnlijk weinig trek had in een zwaar molenaarsbestaan en dochter Maria Agnes. Deze was op 3-5-1879 getrouwd met Andreas Adamus Diederen.
Maria Agnes erfde na de dood van haar vader op 8-8-1880 de molen en zodoende kwam deze in het bezit van de familie Diederen.

4-a-3. Maria Clara Dohmen.
Was de oudere zus van Martin en Christiaan en werd geboren op 6-11-1821 te Schinveld. Op 21-10-1846 trad ze in Schinveld in het huwelijk met Hendrik Joseph Crijns, die op 29-9-1819 in Vaals geboren was en destijds een kaarsenfabriek en een handelsshuis in Sittard had. Het is aannemelijk dat voor of in 1870 deze heer door een herseninfarct of iets dergelijks getroffen werd, want op 20-10-1870 laten hij en zijn vrouw bij notaris Nijst in Sittard een akte opmaken waarin hij Maria Clara alle bevoegdheden geeft voor het besturen en leiden van het handelshuis. In deze akte is door de notaris vermeld dat de comparant Crijns heeft verklaard niet meer in staat te zijn de akte te onderteken wegens verlammingen van zijn rechter hand.



Een kleine drie jaren later, op 8-9-1873 overleed Hendrik Joseph Crijns. Voor mij is het aaannemelijk, gezien de verklaring in de betreffende aktie, waarin H.J. Crijns aangeeft dat bij een eventueel verscheiden van hem zijn echtgenote deskundigen dient te benoemen om de zaak voort te zetten, dat Christiaan zijn zus in deze terzijde heeft gestaan en in Sittard is gaan wonen en daar uiteindelijk ook is overleden.
Maria Clara Dohmen overleed op 7-12-1903 in Sittard. Het echtpaar Crijns-Dohmen was kinderloos.

Maar waar kwam nou die naam Laumen vandaan ?
Frans Damen, dat was de vader van mijn opa, was in 1866 met Maria Josepha Laumen getrouwd en zij schonk hem, zoals ze toen zeiden, acht kinderen. In de zomer ging het hele gezin in Duitsland naar de brikken (bakstenen maken). Op 20-6-1884, drie dagen na de geboorte van haar laatste kind overleed Maria Josepha op de steenfabriek Schleeswig bij Asseln.
Op 30-8-1890 overleed Frans Joseph en de nog zes in leven zijnde kleine kinderen waren wees. Deze werden toen opgevangen en verder opgevoed door hun oom, Jan Joseph Laumen een broer van Josepha en vrijgezel. Deze overleed in 1920 en daarmee kwam een einde aan de naam Laumen in Schinveld, maar omdat de weeskinderen Dohmen enkele decennia lang in zijn huishouding hadden geleefd werden zij en hun nakomelingen nog tientallen jaren later als ”die van Laumen”, benoemd.

Bronnen:
Genealogische gegevens van de stamboom Dohmen, zoals verzameld door Frans Rademakers en zijn dochter Ingrid.
Bijdrage tot de geschiedenis van Schinveld, door J.H.W. Bosch.
Diverse notarisakten uit het Driessen archief.
Zoekakties op het internet.
Mijn persoonlijk familie archief.



Huw. voorw. Dohmen-Bonhomme (PDF)
Testament Martin Dohmen (PDF)
Testament Valerie Bonhomme (PDF)
Bevoegdheden M.C. Dohmen (PDF)



email me
mailbus van Sjilvends
home
Begin van Sjilvends