Jan Dohmen uit Merkelbeek




Jan Joseph Dohmen werd geboren te Merkelbeek op 24 september 1906 als zoon van Antoon Joseph Dohmen en Anna Maria Josepha Höppener. In het burgerleven was hij portier op de Staatsmijn Emma en werkte bij zijn moeder (zijn vader was overleden) op de boerderij aan de Houtstraat.
Bij aanvang van de mobilisatie van het Nederlands leger eind augustus 1939 was hij evenals zovele anderen opgeroepen bij zijn regiment.
Op 26 april 1940 trouwde hij met Maria Antoinette Neven, hiervoor kreeg hij vier dagen verlof.

Bij het uitbreken van de oorlog op 10 mei 1940 had de afdeling waartoe Jan behoorde de taak de brug over het Julianakanaal bij Berg aan de Maas te verdedigen c.q. in de lucht te doen springen.
De in Urmond en Berg gelegerde militairen, behorende tot het regiment 1-II-37 R.I. onder bevel van kapitein Heijnens werden al snel door verraderlijke list gedeeltelijk krijgsgevangen gemaakt door Duitse overvallers onder commando van een zekere luitenenant Kürschner. Deze werd tijdens het gevecht zodanig verwond dat voor hem de oorlog afgelopen was.
Een groep Nederlandse militairen trok zich vechtend terug over de Maas op Belgische grondgebied. Bij deze terugtocht sneuvelden vijf Nederlandse militairen. Hierbij sneuvelden ook enkele achtervolgende Duitse militairen.
Over deze gebeurtenissen zijn meerdere versies in omloop. De ene luidt dat de groep Nederlandse soldaten die door de Maas waadden door de Duitsers werden beschoten. Echter zeker is dat de op de Belgische oever weer in stelling gebrachte Nederlandse mitrailleur, bediend door sergeant Schreibers uit Treebeek, het Duitse machinegeweer uitgeschakeld heeft. Aannemelijk is dat de Belgen de terugtrekkende Nederlanders voor Duitsers hebben aangezien en hun beschoten met mitrailleur- en granaatvuur uit een op de Maasoever gelegen Belgische kazemat. Immers onder de Duitsers waren velen lafhartig als Nederlandse soldaten verkleed en het tijdstip was omstreeks 05 uur. (Voor dag en dauw).

Pas op 14 mei staken rijksveldwachter Dijkman en gemeenteveldwachter Koenen de Maas over om zich op de hoogte te stellen en een onderzoek in te stellen op de plek des onheils vlakbij het veerpont. Zij troffen daar vijf in Nederlandse militaire uniformen geklede levenloze lichamen aan. De identiteit van de gesneuvelden kon aan de hand van de gevonden papieren worden vastgesteld en hier werd een proces-verbaal van opgemaakt.
Het waren: Jan Joseph Dohmen uit Merkelbeek.
Ludivicus Hubertus Rouschop, geboren te Maastricht 13 september 1906, zoon van Joannes Hubertus Rouschop en Maria Joanna Houben, wonende in Maastricht.
Joannes Wilhelmus Rademakers, geboren te Nieuwstadt 3 juli 1906, zoon van Frans Rademakers en Maria Catharina Wielders, wonend in Nieuwstadt.
Abraham Cornelis Maria Bogers, geboren te Gestel 24 maart 1907 wonend in Eindhoven.
Pieter Jozef Scheffers, geboren te Vaals op 9 februari 1907 en wonend in Eindhoven.
Alle vijf militairen behoorden tot het regiment 1-II-37 RI. en werden op 14 mei in een voorlopig en gemeenschappelijk graf in Berg/Urmond begraven, ieder in een deken gewikkeld.
Pas op 28 mei werd de familie van Jan van het gebeurde op de hoogte gebracht.
Later is Jan in Neerbeek herbegraven.

Voor zijn bidprentje klik hier.



de plaats waar Jan en zijn kameraden sneuvelden




Kazemat langs de Maas. Uit een soortgelijke kazemat vielen de noodlottige schoten.




Zijn graf in Neerbeek

Monument in Berg ad Maas



Wat er ook gebeurde ...



In mei 1990 gaf de weduwe van Jan Dohmen bij de herdenking van de gebeurtenissen van 50 jaren geleden haar verslag van een halve eeuw weduwe zijn na een abrupt afgebroken huwelijk van amper 10 dagen.
Het is het aandoenlijk verhaal van een jong, katholiek meisje van 26 jaar uit Meerssen dat verkering krijgt met een degelijke katholieke jonge man van 32 jaar, die zijn leven al op de rails heeft. Hij heeft een vaste baan en werkt daarnaast en woont bij zijn moeder, die weduwe is, op de nieuwe boerderij.
Jan is een warme, positief ingestelde persoonlijkheid die in het goede van de wereld en de toekomst gelooft, getuige onderstaand stukje brief dat hij tijdens de mobilisatie aan zijn moeder stuurde.


Eigenlijk willen ze zo vlug mogelijk trouwen, maar er is een probleem. Door de mobilisatie is Jan maar zelden thuis en het schrikt Antoinette af om een lange winter door te brengen in een vreemd dorp met de moeder van Jan, die eigenlijk een vreemde voor haar is. Besloten werd te trouwen in het voorjaar en als datum van het kerkelijk huwelijk werd 1 mei (de dag voor hemelvaart) vastgesteld.
Woensdags werd de bruiloft gevierd en op zondagmiddag moest Jan alweer terug naar zijn post. Op maandag wipte hij nog even stiekem binnen om zijn bruid de juist gereed gekomen trouwfoto's te laten zien. Op woensdag, ruim een dag voor het uitbreken van de oorlog was hij nog even en dan voor de laatste keer thuis.
Enkele uren nadat de oorlog was uitgebroken stonden Duitse militairen aan de poort van hun boerderij in Merkelbeek en vroegen water om hun paarden te drenken. Antoinette kende geen haat en geen angst, Jan had haar immers gezegd dat alles goed zou komen, hij had lange benen en zou zich wel redden en de Duitse soldaten waren precies dezelfde jongens als zij ...
In de dagen daarna maakte wel een grote onzekerheid zich van haar meester, ze hoorde maar niks van Jan.
Na enige tijd kwam Hub, de broer van Sjeng haar vertellen dat hij de volgende dag naar Urmond moest, daar hing een lijst van de gesneuvelden bij de gevechten aan de bruggen over het Julianakanaal. Antoinette sliep die nacht niet, maar klampte zich vast aan de belofte van Jan: ”Ik red me wel ... ”
De dag erna kwam Hub Dohmen opnieuw. ”Netje, ik moet je wat vertellen”, begon hij: ”Ik kan Sjeng zijn kleren gaan halen.”
De klap was enorm. Net Neven's wereld stortte in. Van het ene op het andere moment raakte ze in een shocktoestand. ”Ik was tot niets meer in staat, huilde onafgebroken. Onmiddellijk ben ik terug naar mijn ouders gegaan. Later hoorde ik dat niemand bij me wilde blijven omdat ik zo verschrikkelijk bleef janken.”
Na een paar dagen Meerssen keerde Net terug naar Merkelbeek. Hersteld was ze nog helemaal niet, maar de bejaarde moeder van Sjeng zat alleen en de 26 jaar jonge weduwe voelde zich verplicht voor haar te gaan zorgen.
”Het werd een drama. Ik kon niet geloven dat mijn man niet meer terug zou komen.”
Sjeng werd herbegraven in Neerbeek, zonder dat zij daar bij was.
”Ik denk dat ze me overal buiten hebben gehouden dat ze me wilden sparen, want ik was niet aanspreekbaar. Elke dag stond ik uren door het raam te turen; te wachten tot Sjeng terug zou komen. Ik had geen zin meer in het leven.”
De dagen gingen voor Net Neven als in een roes voorbij. Haar gezondheid ging zienderogen achteruit en ze werd broodmager. Het duurde tot september 1940 voordat ze definitief besloot terug te gaan naar haar ouders.
Wat Antoinette overgehouden had als tastbare herinneringen na een huwelijk van 10 dagen waren: Een beurs met zilveren munten, enkele kledingsstukken, een trouwring, Sjengs identificatieplaatje en zijn scapulier (twee lapjes gewijd stof, verbonden door twee linten, dat destijds als bescherming tegen onheil werd gedragen).
Een enkele keer leest ze nog de brieven uit de tijd dat ze verkering hadden. Meestal tijdens de poets, dan komen die uit de la.
Antoinette Neven is niet meer hertrouwd en overleed op 8 aug. 2000. Voor haar bidprentje klik hier.




Bij de gevechten op 10 mei 1940 om de bruggen van Born, Berg, Urmond en Stein sneuvelden een aantal Nederlandse militairen. Op deze foto zijn 9 militairen afgebeeld en wel op de bovenste rij vlnr:
(Waarschijnlijk) Soldaat Raren, afkomstig uit Maastricht.
Korporaal Mijndert Epema (man met helm) vermoord op de brug van Obbicht door in Nederlandse uniformen gestoken Moffen.
1ste Luitenant Henk Nijland (man in het midden).
Soldaat Pieter Walraeven, gesneuveld op de sluis van Born.
Soldaat Bogers, afkomstig uit Eindhoven, gedood op Belgisch grondgebied.
onderste rij vlnr:
Soldaat Rouschop uit Maastricht, gesneuveld op Belgisch grondgebied bij de gevechten om de brug van Berg.
Jan Dohmen.
Soldaat Harie Custers uit Einighausen, gedood op de sluis van Born.
Soldaat Rademakers uit Nieuwstadt, gedood op Belgisch grondgebied.
Soldaat Scheffers uit Eindhoven, idem.



Info o.a. uit en van:
Weekblad De Schakel 08-05-2008.
Een dag oorlog in Zuid-Limburg van E.H. Brongers.
Het Limburgs Dagblad van 5 mei 1990.
Jan van der Zandt
Jan Neven uit Meerssen.
Maar in het bijzonder Jan, Fer en Lei Dohmen uit Merkelbeek en Neerbeek.



Op 19 sept. 2005 werd er op de sluis in Born een monument onthuld ter herinnering aan de gebeurtenissen van 10 mei 1940.




Op 10 mei 1992 werd er bij de brug in Obbicht een monument onthuld ter herinnering aan de gebeurtenissen van 10 mei 1940.





Andere helden uit de Maaskant ...




Dit het Nederlandse oorlogsgraf van Jac Cramers, gesneuveld in Duinkerken, Dépt Nord (Frankrijk). Het graf is gelegen op de R.K. Begraafplaats in Grevenbicht.
Hij was Soldaat Tr. Det. Staf Westfront Vesting Holland.
Jac Cramers is op 6 oktober 1906 geboren. In 1939 werd hij opgeroepen voor militaire dienst. Na diverse omzwervingen kwam hij samen met andere Nederlandse soldaten in Duinkerken terecht. Daar sneuvelde hij op 24 mei 1940 tijdens een gevecht.
Op 7 februari 1950 is hij met militaire eer begraven in Grevenbicht. Het monument is op 30 april 1961 onthuld. Op 12 mei 1950 is hij posthuum door het ministerie van defensie tot oorlogsheld verklaard.


Gebruikte bron:
Tekst: Oorlogsmusea.nl en Anneke Moerenhout




Na de bevrijding van Zuid-Limburg was het front o.a. achter Sittard tot stilstand gekomen. Vanuit de Selfkant, die nog bezet was, leverde de Wehrmacht verbitterde tegenstand. De twee Steindenaren Dautzenberg en Gelissen sneuvelden tijdens deze oorlogshandelingen, respectievelijk in de omgeving van Nieuwstadt en Holtum.
Op bovenstaande foto, een tweetal herinneringsplaten op het urnenveld bij de Martinuskerk van Stein.



email me
mailbus van Sjilvends
home
Begin van Sjilvends